Hoe maken we morgen beter?

“We lopen vaak voorop op het gebied van patiëntveiligheid”

Rick Davis

“Ik werkte in 2012 op detacheringsbasis in het ziekenhuis in Den Bosch, toen ik een tip kreeg van ee collega. Zij had in april al de overstap naar Bravis – toen nog Lievensberg – gemaakt en zei dat er een vacature vrijkwam. Zij raadde me aan om de leidinggevende even te bellen. Toen ik dat even later deed, begon de leidinggevende meteen te lachen: het bleek dat mijn collega nog naast hem stond. Ik mocht op gesprek komen en kreeg de baan.” 

Proactieve rol

Na twee jaar kreeg Rick de kans om extra taken op te pakken. “Er moest een nieuwe pomp komen en mijn leidinggevende vroeg of ik dat project niet wilde draaien. Daarna had ik het geluk dat de kwaliteitsfunctionaris die er toen was, vertrok, waardoor de functie vrij kwam. Die functie was trouwens in eerste instantie alleen opengesteld voor OK-assistenten en anesthesiemedewerkers, maar dat is formeel aangepast toen ik die rol op me nam, omdat iedereen van de OK dit zou moeten kunnen doen. Samen met mijn collega Femke heb ik de plaats die kwaliteit en veiligheid op de afdeling inneemt, veranderd. Van het reactieve controleren van lijstjes en reageren op incidenten tot de proactieve rol die we nu spelen. Want waarom zou je pas gaan handelen als zich een incident voordoet, als je ook verbeteringen kunt doorvoeren om incidenten te voorkómen?”

Indruk op accreditatiecommissie 

In die rol was Rick ook betrokken bij de NIAZ-accreditatie, inmiddels bijna vier jaar geleden. “We hebben in de volle breedte gefocust op het inwerken van nieuwe medewerkers, maar ook op arbo en veiligheid. Met name het veiligheidsplan dat we voor de CO2-laser hadden gemaakt – compleet met een geel-zwarte veiligheidskar met alle benodigde materialen – maakte indruk op de accreditatiecommissie. Zo breed hadden ze dat in andere ziekenhuizen nog niet eerder gezien. Ook op andere gebieden loopt Bravis vaak voorop op het gebied van patiëntveilig werken. Zo hebben we in het patiëntproces ‘stopmomenten’ ingebouwd, om te blijven controleren of de patiënt wel veilig kan worden geopereerd. Daarin zijn we voor andere ziekenhuizen een voorbeeld; dat is wel iets waar ik trots op ben.”

Crisisorganisatie

Ook in de afgelopen coronaperiode heeft Rick een actieve rol gespeeld. “Ik ben vicevoorzitter van de VAR en in de eerste coronagolf was de VAR niet vertegenwoordigd in de crisisorganisatie. Simpelweg omdat er nooit was nagedacht over deelname van verpleegkundigen in de crisisstructuur. Ik streef zelf altijd naar meer zeggenschap over het verpleegkundig beroep, vanuit onze professionele identiteit. Want wie beter dan de professional zelf kan zeggen wat zijn werk inhoudt? Ik vind het mooi om te zien dat de organisatie daarvoor openstaat en dat ik, na het volgen van een training crisismanagement, nu aangesloten ben bij de crisisorganisatie. Zo kan ik vanuit mijn vakgebied input leveren over hoe een crisis het best bestreden kan worden.”

Vaccinatieprogramma

Ook aan het corona-vaccinatieprogramma werkte Rick mee. “Zowel bij de voorbereidingen als bij de coördinatie op de prikdagen zelf. Daarnaast vertegenwoordig ik de verpleegkundigen in een stuurgroep voor de nieuwbouw van het ziekenhuis en ben ik betrokken bij de inrichting en invoering van het nieuwe elektronisch patiëntendossier.” 

Veelzijdig werken

Al met al een breed takenpakket. Precies zoals Rick het graag heeft. “Ik ben in de basis natuurlijk verpleegkundige, maar ik zou niet meer alleen op de recovery willen staan. Ik ben blij dat ik zo veelzijdig kan werken. Deels heb ik dat zelf gecreëerd door kansen te zien en die te pakken; anderzijds wordt het door het ziekenhuis ook gestimuleerd. Je kop boven het maaiveld steken wordt hier gewaardeerd – mits je dat doet vanuit een professionele deskundigheid, natuurlijk. Mijn collega-kwaliteitsfunctionaris en ik zijn daarin best wel volhardend en willen vaak verder gaan dan waar de organisatie klaar voor is; dat is soms lastig. Maar als wij 80% kunnen realiseren, worden de ogen wellicht geopend voor de overige 20%. Zo houden we elkaar scherp.”