Hoe maken we morgen beter?

In ons team
voelen we elkaar aan

Kitty Broeders

Flexibel inzetbaar

Kitty begon in 1991 als verpleegkundige bij – toen nog – het Franciscus ziekenhuis in Roosendaal. “Ik werkte op het behandelcentrum, waar alle specialismen van de OK samen kwamen. Op een gegeven moment werd dat ontvlecht en mocht je twee werkgebieden benoemen waar je graag bij wilde horen. Toen heb ik de gelegenheid gekregen om bij het Erasmus de opleiding tot doktersassistent bij staaroperaties te doen. Dat heeft me veel meer inzicht in de behandelingen gegeven: terwijl ik voorheen alleen instrumenten aangaf, heb ik daar geleerd waaróm de behandeling op een bepaalde manier verloopt. Het is heel fijn dat ik die kans heb gekregen om me te specialiseren. Hoewel ik voornamelijk op de afdeling Oogheelkunde werk, ben ik nog altijd flexibel inzetbaar: ook bij pijnbehandelingen en bij kleine plastisch-chirurgische ingrepen kan ik assisteren. Daarnaast assisteer ik bij de kleine chirurgische ingrepen, bij het spreekuur op de poli chirurgie en bij kleine ingrepen orthopedie, zoals carpaal tunnel syndroom.”

Voor elkaar klaarstaan

Kitty werkt vooral in dagdienst en weet ongeveer een maand van tevoren hoe haar rooster eruit ziet. “Wat mijn werkdag brengt wisselt per dagdeel. In de ochtend ben ik vaak bezig met patiënten voorbereiden voor hun oogoperatie: oogdruppels geven, aansluiten op de monitor enzovoort. In de middag assisteer ik dan vaak bij staaroperaties of bij kleine ingrepen, zoals een ooglidcorrectie – ook wel blepharoplastiek genoemd - door de oogarts en plastisch chirurg. Heel divers dus. En is een collega ziek of is er dringend vervanging nodig? Dan staat ons team voor elkaar klaar. Niet alleen onderling, maar ook vanuit Bravis als werkgever is die aandacht voor het welzijn van medewerkers duidelijk merkbaar. Als iemand bijvoorbeeld last heeft van lichamelijke klachten, wordt er grondig gekeken naar aanpassingen van de werkplek of werkzaamheden. Bravis zorgt goed voor z’n personeel, ook nu we na de fusie een grotere organisatie zijn geworden.”

Optimale inrichting oogheelkunde

Het oogheelkundig centrum is onlangs helemaal vernieuwd en samen met haar collega’s heeft Kitty nagedacht over de optimale inrichting daarvan. “We zijn vanuit het oogpunt van de patiënt stap voor stap nagegaan hoe een behandeldag op onze afdeling eruit ziet en wat er beter kon, bijvoorbeeld op het gebied van indeling en routing. Zo zaten mensen bijvoorbeeld vaak lang in de wachtkamer, waardoor ze extra zenuwachtig werden. Dat hebben we in de nieuwe afdeling verbeterd, door de oproeptijden wat verder uit elkaar te halen. Zo kunnen we bij de ene patiënt het volledige opnameproces doorlopen voordat de andere patiënt wordt opgeroepen. Ook op het gebied van techniek is er natuurlijk het een en ander veranderd. Met de komst van het nieuwe centrum zijn we bijvoorbeeld gaan werken met een nieuwe microscoop van Zeiss. Die heeft speciale technieken die ons helpen te bepalen op welke graden de lens gepositioneerd gaat worden en waar de incisie voor de torische lenzen moet komen. Makkelijker voor de arts, maar ook fijner voor de patiënt. Want voorheen werd dat handmatig met een gradenboog op het oog bepaald.”


Aaizuster

Alle techniek en inrichtingsvraagstukken ten spijt: zorg blijft toch mensenwerk. “Mijn collega’s noemen mij wel eens de ‘aaizuster’. Ik vind het heel belangrijk dat patiënten zich comfortabel voelen. Met een beetje extra aandacht voor iemand die angstig is of juist graag een praatje wil maken, probeer ik de patiënt het gevoel te geven dat hij in goede handen is. Want een behandeling aan je ogen is en blijft spannend.”